Prima ballerina Mascha Stom: ‘Ik dans altijd’

door GERARD MOSTERD • fotografie ARMANDO ELLO


Vanaf haar dertiende soleerde de Indische Mascha Stom bij diverse balletgezelschappen. Ze stond aan de wieg van de Nederlandse dansgeschiedenis. Gerard Mosterd bezocht de internationale diva.

Voordat ik Mascha Stom (Bandoeng, 1926) bel voor een afspraak, bekijk ik in haar biografie haar foto’s uit het verleden. Een exotisch uitziende vrouw, prachtig gezicht, met een sierlijke uitstraling, gezegend met een geproportioneerde fysiek vol lijnenspel – volgens mij een echte Indische schoonheid, zelfs met perfect gevormde ‘hoge-wreef-voeten’ voor ballet. Ik bezoek haar en haar man, de Canadese industriebaron Sam Burnstein, in hun appartement in Amsterdam. Tien jaar geleden zijn ze vanuit Canada hierheen verhuisd. Vanuit haar sofa begint Mascha gracieus en op theatrale manier te vertellen over haar bewogen levensgeschiedenis. Naast haar glas wijn staat een schaaltje kroepoek. In ons inleidend gesprek bespreken we onze gemeenschappelijke interesse voor onze Indische achtergrond en het blijkt dat we beiden in geheel verschillende tijden dezelfde dansvakopleiding hebben genoten: het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.

 ‘Mijn ogen waren gericht op het klassieke ballet,’ zegt ze,’en in dat nette instituut kreeg ik moderne dans te zien.’ Ze wilde het niet, zocht verder naar een voor haar geschiktere opleiding en vond die bij pedagoge en danseres Darja Collin; de muze van scheepsarts en dichter Slauerhoff.

PIONIER

Afgelopen jaar verscheen de biografie van de inmiddels 78-jarige Mascha Stom, één van Nederlands eerste klassieke sterballerina’s. Een talent dat zich op het juiste moment aandiende. Het boek Mascha Stom, prima ballerina , geschreven door Yoka van Brummelen, vult voor een deel een leegte op; er is namelijk weinig geschreven over deze oertijd van de Nederlandse dans. De Nederlandse dansgeschiedenis begon pas echt concreet vorm te krijgen na de Tweede Wereldoorlog. Zestig jaar geleden was er in het calvinistische Nederland niet veel te beleven op professioneel theaterdansgebied en zeker niet op het terrein van het klassieke ballet. Mede daarom las ik dit boek in één adem uit.

Vandaag de dag bezit Nederland een bloeiend en internationaal dansklimaat. In veel steden zijn regelmatig dansvoorstellingen te zien van grote en kleine, eigentijdse, moderne en klassieke, buitenlandse en door het land verspreide dansgezelschappen. Nederland telt acht professionele opleidingsinstituten tot toneeldanser die continu afgestudeerde dansers afleveren. Voor een zestien miljoen inwoners tellende natie is dat buitengewoon rijkelijk bedeeld. Deze revolutionair geprofessionaliseerde danssituatie was ondenkbaar geweest zonder de pionierende en inspirerende activiteiten van danspersoonlijkheden als Mascha Stom. Haar naam is onlosmakelijk verbonden aan de, helaas vaak vergeten namen van een serie onmisbare pioniers, zoals Yvonne Georgi, Mascha ter Weeme, Pieter van der Sloot, Karel Poons, Max Dooyes, Florrie Rodrigo en vele anderen.

NATUURTALENT

Masha Stom wordt op 12 juni 1926 geboren in Bandoeng en verhuist negen jaar later naar Den Haag waar ze haar eerste balletlessen krijgt van Berty Sorel. Drie jaren krijgt ze balletles op de school van Darja Collin die Mascha leert dat ‘elke beweging die je maakt betekenis moet hebben.’ Wanneer ze als twaalfjarige in Iril Gadescovs schoolvoorstelling debuteert, wordt ze door publiek en pers onmiddellijk als natuurtalent bejubeld. Aansluitend danst ze als soliste, vanaf haar dertiende (!) bij verschillende, net opgerichte dansgezelschappen zoals het Nederlands Ballet en het Ballet van de Nederlandse Opera en later het Ballet der Lage Landen.  Danscriticus Jan Baart tekent later in een onderzoek naar de plaats van Mascha in het Nederlandse dansverleden op: ‘Ze bleek een natuurtalent. […] Ze combineerde als jonge danseres het natuurlijke gevoel voor beweging van een Balinese danseres (van haar grootmoeder) en de ingeboren discipline van legerofficier (van haar vader).’

VERLIEFD

Tijdens de oorlog, in 1943, trouwt Mascha met instemming van haar ouders, ‘omdat hij en ik naar seks verlangden.’ Ze is dan zeventien en woont in het Poolse Poznan waar ze enige tijd bij het ballet van het stadstheater danst. ‘Ik was een erg sensueel en seksueel persoon.’
‘Voor Indonesische meisjes was het niet ongebruikelijke om te trouwen zodra je geslachtsrijp werd,’ vertelt ze nu. Drie jaar later wordt haar dochter Mariëlle geboren in Den Haag waar Mascha balletles neemt bij de beroemde balletpedagoog Peter Leoneff. In 1953 hertrouwt ze en in 1955 vertrekt ze naar Canada waar haar zoon Mark wordt geboren. Dan besluit ze te stoppen met dansen en concentreert zich op het moederschap, les geven en coachen in Canada. In 1968 trouwt ze de rijke staalmagnaat, directeur en oprichter van Precision Castings, Sam Burnstein, voor wie ze zich in het joodse geloof heeft laten inwijden. Veertig jaar zijn ze nu samen, nog steeds verliefd…

WEERZIEN

‘In 1949 volgde ik mijn eerste echtgenoot en voer ik met de “Oranje” terug naar m’n geboorteland. Het was interessant om weer terug te zijn in Bandung; de Soos, de tropische manier van leven… Ik startte en een balletschool voor beginners en gevorderden op m’n 23e en organiseerde voorstellingen die werden uitgevoerd in sociëteit Concordia.’

Het Algemeen Indisch Dagblad schreef in 1949:
Wat het Indische en Indonesische meisje betreft meende de danseres [Mascha; GM] dat deze van nature over het algemeen een bijzondere aanleg hebben voor de dans. Mascha Stom zelf is thans bezig onder leiding van een Indonesische dansleraar zich te bekwamen in de Javaanse dans, want zij meent dat alhoewel het Westen zich nooit volkomen in de Oosterse dans kan inleven, het toch tot verdieping van de eigen kunst kan leiden als men ook van de dansen van vreemde volkeren grondig praktisch kennis neemt.

‘Men beschouwde me altijd als een klassieke danseres,’ vertelt Mascha, ‘maar ik wilde in de loop van de jaren meer dan dat leren. Van nature interesseerde ik me voor Javaanse dans. Ik houd van Javaanse dans. Mijn grootmoeder was een Balinese tempeldanseres, het zit dus in me.’   ‘Ik was uiteindelijk niet gelukkig met mijn tweede verblijf in Indonesië. Het was er gevaarlijk geworden, ik was niet gewenst, want ik was slechts 25 procent Indonesisch. Je moest je aanpassen aan Soekarno’s nieuwe leefregels en dat kon ik niet. Ik kreeg een telegram of ik wilde terugkomen om als soliste te dansen bij het Ballet van de Nederlandse Opera en ik was blij. Het kwam als geroepen: dat was wat ik wilde.’

‘The fact that you are partly Indonesian and not just Dutch has made you what you are,’ merkt haar man Sam op. ‘Holland is zo’n klein landje, maar het heeft een ongebruikelijke grote reputatie en wonderlijke activiteit als het om dans gaat.’ zegt hij. ‘Geweldig!’   Samen bezoeken Mascha en Sam de afgelopen twintig jaar regelmatig dansvoorstellingen in Nederland. Ook zijn ze betrokken bij de Stichting Dansersfonds, opgericht door Nederlands bekendste dansduo Han Ebbelaar en Alexandra Radius. Een organisatie die onder andere prijzen uitreikt voor verdiensten in de Nederlandse dans. ‘Ik loop nooit uit een voorstelling en ik roep noot “boe”, uit respect voor de dansers,’ zegt Mascha.

EERSTE LIEFDE

Mijn grootvader was een KNIL-generaal uit Oost-Java. Hij trouwde een voormalige Balinese tempeldanseres. Hun zoon, mijn vader, werd opgeleid tot officier in Breda en keerde terug naar Indië waar hij commandant van de luchtvloot werd. Op de koffie- en theeplantage van m’n grootouders in Indië werd de toen 37-jarige Bertus Stom, mijn vader, verliefd op de zeventienjarige Fernande Victorine Pauline Ball.’ Blijkbaar is het in deze familie dus niet ongebruikelijk om op jonge leeftijd trouwen.
‘Mijn vader was een zeer getalenteerd man. Een nationale bekendheid: vliegenier, aanvoerder van het Nederlands voetbalelftal in Nederland, tenniskampioen op Java. Hij was voor mij als meisje mijn eerste liefde; hij kon alles, hij was open, humoristisch en heel intelligent. Door een vreselijk ongeval moest hij later met vervroegd pensioen en terug naar Nederland. Probeer altijd beter te doen dan je denkt dat je kunt, leerde hij me.’ Later laat Mascha me in een bijkamertje het statige, vergeelde portret zien van een knappe man met duidelijk Indische trekken. ‘Ik heb altijd gedacht dat het Indische lichaam flexibeler is dan het Nederlandse,’ zegt ze. ‘Mijn vader zei altijd dat ik een Indisch lichaam had.’

ROUWPERIODE

De romantische ogende glittercarrière van een prima ballerina kent ook schaduwkanten. Mascha noemt haar continue pogingen om een balans te vinden tussen carrière opbouwen, moederschap en echtgenote zijn. Haar eerste partners leken zich van haar af te keren zodra het goed ging met haar danserloopbaan.   De onverwachte dood in 1972 van haar enige dochter, Mariëlle, op 26-jarige leeftijd, is voor haar een onuitwisbaar drama dat gevolgd wordt door de dood van Sam’s middelste en jongste zoon enkele jaren later. Ik ben onder de indruk van hoe beiden over dit vreselijke gebeuren spreken. Vanuit een spiritueel besef buigen ze deze onomkeerbare feiten in een positieve richting. Na een jarenlange rouwperiode om hun verlies een plaats te kunnen geven, besloot Mascha om jonge mensen iets mee te geven van haar kennis, ervaring en bezieling voor de dans. In 1979 richtte zij de Mascha Stom Centre for the Dance op in Niagara on-the-Lake in Canada. Als voormalig gevierd prima ballerina startte ze op 53-jarige leeftijd een groots educatief dansproject; een dansopleiding en een dansopleiding plus gezelschap in St. Catharines. Het blijkt een succesvolle onderneming te zijn.

MASCHA STOM-DAG

Vanuit de sofa bekijken we samen de video van haar beëdiging tot Woman of Excellence van de Canadese stad St. Catharines voor haar verdienstelijke inspanningen voor het lokale dansonderwijs en de oprichting van een dansgezelschap. ‘I’m quite overwhelmed with this honour that the city of St. Catharines has bestowed upon me. Since I’m a better dancer than a speaker, as you’ve noticed, I’d like to express my gratitude through a reverence’, hoor ik haar met een geëmotioneerde stem op de band zeggen. Sinds 1993 is 8 november de officiële Mascha Stom-dag in St. Catharines.

Sam en Mascha hebben veel te vertellen. Ze hebben ook veel beleefd. Ik kan onmogelijk alles opschrijven. Ik word de keuken in geleid om de Indische kruiden te zien die Mascha voor de maaltijden gebruikt. Ze vertrouwt me toe dat ze nog altijd met een goeling slaapt.  Ze houdt m’n handen vast en danst met me. Als ik haar vraag of ze het dansen als beroep niet meer mist, zegt ze fluisterend: ‘Ik dans altijd, het hoeft toch niet altijd op het toneel?’

Masha Stom, prima ballerina
door Yoka van Brummelen
Koya Arts (paperback)
ISBN 90 6403 650 0
Prijs € 15,00

Gerard Mosterd is choreograaf, docent en publicist. Zijn conceptuele, eigentijdse dansvoorstellingen, gemaakt vanuit een Nederlands-Indische achtergrond zijn bijna jaarlijks te zien in vlakke vloertheaters en op de Pasar Malam Besar. De afgelopen jaren toert hij hiermee door grote theaters op Java en Bali in combinatie met series workshops aan de staats dansvakopleidingen van Indonesië, Singapore en Maleisië. Afgelopen zomer speelde zijn laatste Nederlandse voorstelling op het Indonesian Dance Festival in Jakarta en ging zijn eerste voorstelling voor twaalf Indonesische dansers, Kebon, in het Jakarta Budaya Festival in première. Gerard is actief, geselecteerd lid van the International Council for the Dance (CID) van de UNESCO.