Componist Roderik de Man is altijd op zoek naar balans ‘Een compositie is een traject’

door GERARD MOSTERD • fotografie MARIAN VAN DE VEEN-VAN RIJK


Roderik de Man (Bandoeng, 1941) begon als musicus aan het conservatorium, maar ontwikkelde zich uiteindelijk tot componist van experimentele muziek Gerard Mosterd sprak met hem.

JEUGD

Tot zijn vierde jaar woonde Roderik de Man in Bandoeng. ‘Ik ben geboren in de Tjimanoekstraat. Een tijdje geleden ben ik terug geweest en ik kon mijn oude woning herkennen. Alleen nu wonen er drie families in. Die waren wat terughoudend dus ik heb maar niet aangedrongen om binnen te kijken. Ik herinner mij dingen als geuren, geluiden en mensen nog erg goed. Vroeger werd ik soms op de arm naar buiten genomen en dan zag ik mensen die voedsel op straat verkochten. Het eten van de geprakte pisang. een intense sensatie van geuren en kleuren, een smaak die zo tegengesteld is aan de Nederlandse banaan. Alles wat je aanraakte in Indonesië voelde warm aan, zelf de vloer waar je met je blote poten over liep.’  ‘Mijn grootvader werkte bij de inspectie van het onderwijs in Indië. Mijn vader heeft grotendeels een Indische jeugd gehad. Hij studeerde rechten in Nederland. Mijn ouders waren Nederlanders die hun fortuin in de Oost zochten. Dat lukte allemaal vrij aardig. Na de Tweede Wereldoorlog, in 1946, reisden mijn familie en ik na het verblijf in het Japans interneringskamp terug naar Nederland.’

‘In Nederland, groeide ik op in het door oorlogsbombardementen beschadigde Bezuidenhout in Den Haag, de Juliana van Stolberglaan. In de tijd waarin de Amerikanen nog als geïdealiseerde bevrijders werden gezien, was alles wat Amerikaans was waanzinnig populair. In 1956, ik was toen vijftien, emigreerden wij naar Canada en later naar Amerika waar familie van ons woonde. Na twee jaar daar gewoond te hebben, kwam er een recessie en dus gingen we weer terug naar Nederland. Maar Amerika voelde als het land van de onbegrensde mogelijkheden, het beloofde land. Ik ging bij mijn familie in Pennsylvania naar de highschool. Amerikaans onderwijs is veel aanschouwelijker dan bij ons. Ik koos atletiek, was broodmager en kon goed hardlopen. Ik at mijn eerste hamburger en droeg mijn eerste Amerikaanse spijkerbroek. We bleven thuis over Indië praten en aten nasi goreng met sambal omdat onze oom die de overtocht sponsorde ook een Indisch verleden had.’

Zijn studio in de Amsterdamse Jordaan lijkt net een muzieklaboratorium. Overal waar je kijkt staat bladmuziek, keyboards, computers en samplers. Eén wand in de studio is helemaal gevuld met cd’s. Roderik de Man, componist van elektronische muziek, won meerdere internationale muziekprijzen. Hij schrijft muziek voor verschillende muziekgezelschappen waaronder het moderne Nederlandse gamelan ensemble Gending.

CONSERVATORIUM

Roderiks vader had nauwelijks interesse voor muziek. Zijn moeder daarentegen had pianoles gevolgd op het conservatorium en kon erg goed pianospelen. Roderik ging net als zijn moeder naar het conservatorium. ‘Ik heb eerst slagwerk gestudeerd aan het conservatorium. In die tijd speelde ik ook vaak, iets wat ik nu niet meer doe. Ik voorzag in mijn inkomsten door middel van jazz-schnabbels als drummer. Ik heb overal in Den Haag gespeeld, zelf op de Scheveningse Pier. Ik heb ook een tijd viool gespeeld in ensembles. Ik zal je die viool maar niet laten horen.
Tijdens mijn studie aan het conservatorium koos ik de zwaarste studie die er indertijd was: de theorie der muziek. Ik geloofde toen niet in compositieles en dat geloof ik in zekere mate nog steeds niet. Componeren kun je niet leren, dat is gewoon een talent dat je hebt. Een gave, net als improviseren. Je kunt wel trucjes leren om het na te doen of een stukje maken, maar dat is iets anders dan componeren en improviseren. Ik dacht, als ik wil componeren, moet ik zorgen dat mijn gereedschapskist goed gevuld is met theoretische kennis. In de loop der jaren is mijn gezichtspunt enigszins veranderd, want ik zie erg veel componisten die uit andere hoeken komen, pop en dergelijke, die in beginsel op hun intuïtie werken en dat later aanvullen door theoretische kennis. Dat is ook mogelijk.’

De dag dat De Man zijn diploma kreeg, werd hij gevraagd om les te geven aan het conservatorium. Niet lang daarna kreeg hij een vaste aanstelling, iets wat tegenwoordig ongekend is. ‘Het was een vreemde gewaarwording. Ik was van de ene dag op de andere van student tot docent gebombardeerd. De conciërge gedroeg zich plotseling anders als ik het gebouw betrad en als er gevraagd werd naar wie er hier les gaf, werd er soms vreemd opgekeken als ik aangewezen werd tussen de studenten. Ik heb lesgeven altijd heel erg leuk gevonden en muziektheorie altijd zeer interessant. In 1972 begon ik met lesgeven aan het Koninklijk Conservatorium en sinds de jaren negentig geef ik er ook les in compositie. Een soort psychologische begeleidingsles.  Het Koninklijk Conservatorium is een inspirerende plek. Een uitstekende plaats om allerlei muziekvormen te leren kennen. Een inkomen genereren uit muziek componeren valt niet mee. Ik ben blij met de combinatie met het lesgeven. Je hebt het ook nodig, anders wordt je gek om je als componist eindeloos op een kamertje te moeten afsluiten.’

COMPONEREN

‘Ik heb tot mijn grote genoegen de laatste jaren veel contact met Rusland. Ik merk dat zij heel goed voelen waar mijn muziek over gaat. Uit hun reacties en recensies blijkt dat ze mijn muziek on-Nederlands vinden. Ik pas waarschijnlijk niet in de Nederlandse school. Ik vind het altijd belangrijk om iets anders te doen. Wat niet Nederlands aan mijn muziek is, is misschien dat ik veel kleur en passie projecteer. Misschien is dat niet echt Nederlands. Ik voel me on-Hollands, hoewel, zo dramatisch bedoel ik dat niet.’

‘Ik probeer te communiceren met mijn muziek. Het is bijna Zen-achtig: de reis is veel belangrijker dan het doel. Een compositie is een traject. Het afleggen van het traject en het zoeken naar het doel is waar het om gaat. Het is aan de luisteraar om te vinden of dat traject geslaagd is. Je probeert als componist de luisteraar zo goed mogelijk te laten delen in jouw idee van balans en harmonie, harmonie in de zin van basisverhoudingen. Dat wil ik keer op keer in een andere vorm. Er wordt vaak gezegd dat veel van mijn muziek beelden oproept of filmisch is. Beelden en suggesties zie ik soms zelf wel tijdens het maken maar daar heeft verder niemand iets mee te maken. Een ieder moet daar zijn eigen beelden maar bij projecteren.’

SLEUTELSTUK

‘Er is een stuk van me, Gramvousa , ik denk één van mijn sleutelstukken, geschreven voor fluit, basklarinet, piano en tape. Ik heb het gecomponeerd in opdracht Het Trio (Harrie Starreveld, Harry Sparnaay en René Eckhardt), volgens mij één van de beste ensembles die we hebben. Het is geïnspireerd op een intrigerend boek dat ik las over een technische reconstructie van de bootreis van Odysseus. Het stuk ging over een plek in Griekenland, Gramvousa , een vreemd point of no return , die ik zelf ook bezocht, waar schepen werden stukgeslagen op de kusten of uit koers raakten. ‘De zak van Aeiolus’ werd die plek in de mythologie genoemd. Twee blaasinstrumenten blazen er vanaf het begin metaforisch de winden doorheen. Toen mij gevraagd werd dit stuk te maken was het alsof ik een reis moest maken waarvan ik de bestemming niet kende. Toen ik mijn bestemming bereikt leek te hebben en de compositie geschreven was, stuurde ik de muzikanten op reis om mijn traject van de compositie te volgen.’

ELEKTRONICA

‘Elektronische muziek, als je het goed doet, bezit het vermogen om onzichtbare verbindingen tot stand te brengen, ook in de geest. De kleur werking ervan is denk ik zo sterk omdat het niet vast zit aan het lichaam van een instrument. Het is echt klank. En het tegenstrijdige is weer dat ik bijna al mijn elektronische klanken maak uit de instrumenten. Ik begin de instrumenten dus onder een microscoop te leggen door er dingen uit te verzamelen die er in werkelijkheid niet mee gemaakt kunnen worden. Daar maak ik een ander landschap van waar ik die instrumenten dan weer in zet. Dat is voor mij een organische manier van werken.’

INSPIRATIE?

‘Ik heb nooit een inspiratiebron gehad. Het klinkt misschien stoer, maar zo bedoel ik het niet. Ik ben geen bewonderaar. Ik heb nooit een idool gehad, maar er zijn wel componisten voor wie ik ongelofelijk veel respect en waardering heb. Stravinsky bijvoorbeeld vind ik een geweldige en sympathieke componist met een hoogwaardige artistieke output. Een maker die steeds weer via zijn stukken uitprobeert of hij gelijk had. Een terugkerende test die ik ook voor mezelf opzet. Stockhausen, niet mijn muzikale planeet, maar wat een geweldig organisatievermogen en bijna evangelische bezetenheid. Op het Koninklijk Conservatorium werkte ik in de elektronische studio van componist Dick Raaijmakers, hij veroorzaakte een aardverschuiving in mijn denken door me bloot te stellen aan fascinerende experimentele klanken. Daar heb ik erg veel aan gehad. Een zeer vooruitstrevend en intrigerend denker. Iedere goede kunstenaar creëert zijn eigen wereld. Er zijn er niet zoveel die dat kunnen. Voor mij zijn dat mensen met een eigen muziekplaneet. Mensen zoals Stravinsky, dat zijn componisten die eruit springen. Je mag hopen dat je dat talent hebt, want je kunt componeren niet leren.’

Gerard Mosterd is docent, publicist en choreograaf. In zijn dansproducties vormt zijn dubbele culture achtergrond het uitgangspunt. In 1999 introduceerde hij Indische moderne dans op de Haagse Pasar Malam Besar. Hij reist bijna jaarlijks met zijn dansvoorstellingen door Nederland en Zuidoost-Azië. Kijk op www.gerardmosterd.com voor meer informatie.